Gravellen naar de top: Monte Catria

Monte Catria, ik had er nog nooit van gehoord. En eerlijk is eerlijk…ook op Strava is het geen topsegment. Slechts iets meer dan duizend unieke registraties op de meest bereden klim. Weinigen zullen richting Cagli afzakken voor de beklimming van deze col.

De zomervakantie bracht mij dit jaar naar Marche. Een mooie, toeristisch gezien nog relatief rustige regio ten oosten van Toscane en Umbrië. De Monte Catria is gelegen in de provincie Pesaro e Urbino en maakt deel uit van de centrale Apennijnen. Bij aankomst in de agriturismo werd ik verrast met een schitterend uitzicht op deze Apennijnencol. De gravelracer was uiteraard mee op vakantie en met hulp van de segmentverkenner van Strava had ik de mogelijke beklimmingen in de buurt snel gevonden. En ja, er lagen een paar mooie hors categorie-beklimmingen van 10-12 kilometer lengte en een stijgingspercentage rond de 7%. Dat beloofde wat voor de komende dagen.

Vandaag was het zover. Op tijd uit de veren om de Italiaanse warmte een beetje voor te blijven. Bandjes op spanning, twee bidons water, telefoon, reepje en een jasje mocht het bovenop toch wat koud zijn. Ik had besloten om de Monte Catria vanuit Acquaviva op te fietsen. 11,9 kilometer à 6,9%. De meest gelijkmatige zijde. Iets zuidelijker ligt een klim met gelijke statistieken (vanuit Buonconsiglio), maar met een stuk van 3 km à 11-20%. Die laat ik liever aan me voorbij gaan.

Start in Acquaviva

Na een paar kilometer warm fietsen begin ik de beklimming in Acquaviva. Schitterende naam, te mooi eigenlijk voor het vervallen dorpje. Ik passeer de laatste huizen en rijd tussen de akkers de eerste kilometer van de klim. Ondanks het vroege tijdstip (8:15u) brandt de zon al flink op mijn benen en in mijn nek.

De eerste kilometers rijd ik door bossig gebied. De klim is gelegen op de zuid-oostelijke helling. Maar ondanks de aanwezige bomen rijd ik vrijwel continue in de zon. Het asfalt brandt. Het zweet gutst langs m’n gezicht en zelfs op dit vroege tijdstip waan ik me in de Italiaanse sauna. Het is afzien. De eerste fles water is er al bijna doorheen en ik ben nog geen 400 hoogtemeters op de teller. Waarom doe ik dit ook alweer? Ik denk aan een duik in het koele zwembad, op het ligbed met een koud drankje. Maar ja, ik wil naar de top. Doortrappen!

Asfalt of grind?

Het asfalt van de klim is slecht. Al vlak buiten Acquaviva worden de gaten groter en groter. Na een paar kilometer weet ik niet meer of er gaten in het asfalt zitten of plakjes asfalt tussen het grind zijn aangebracht. Ik ben blij met m’n 38mm gravelbanden. Op 25 mm bandjes had ik moeten omdraaien. Na 5 kilometer is het wel gedaan met de lapjes asfalt, de weg is nu een mooie, redelijk egale gravelweg. Ik waan me soms even in Toscane, met de fijne gravelwegen van de Stade Bianche.

Gravellen

Voordat ik het hoogste punt van Monte Catria bereik, passeer ik eerst Monte Morcia. Een mooier plekje dan het hoogste, berijdbare deel van de Catria eerlijk gezegd. Het uitzicht is adembenemend. Vanaf hier kijk ik over de hele vallei tot aan de kloof bij Furlo. De groen-gele lappendeken met hier en daar verspreid een klein dorpje. Bovenop Monte Morcia kom ik een kudde paarden tegen die stoppen met grazen en me glazig aankijken. Een jong veulen springt weg door het gekraak van mijn wielen in het losse grind. Ik stap even af om van het uitzicht te genieten en een paar foto’s te maken.

Naar de top

Vanaf hier is het nog maar een klein stuk naar de Monte Catria. Het eerste stuk gaat over het plateau na Morcia en is licht hellend of dalend (vals plat :)). Heerlijk om even de benen los te gooien alvorens ik aan de laatste paar kilometer naar Monte Catria begin. Het is heerlijk gravellen hier. De handen losjes in de beugel en de wielen hun weg laten zoeken door het grind. Wel blijven opletten want de buien van afgelopen dagen hebben op sommige plekken duidelijk hun sporen achter gelaten.

Gravellen op hoogte

Na een paar kilometer begin ik aan het laatste deel van de klim. Ook hier wisselen grind en slecht asfalt zich af. De wind lichtjes in de rug geeft een klein zetje voor de laatste meters. Zodra ik de kabelbaan (Telecabina Caprile) in zicht krijg weet ik dat ik het hoogste punt heb bereikt. Nabij een skipiste stap ik af. Ik parkeer m’n fiets en geniet van het uitzicht. Zweetdruppels vallen uit m’n helm en lopen over mijn gezicht. De laatste slokjes water pers ik uit de bidon. Het is weer gelukt. Ik ben boven. Missie volbracht.

Strava route

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.